Begeleiding
Onze school kent begeleiding op twee hoofdgebieden, de onderwijskundige begeleiding en de begeleiding op sociaal-emotioneel gebied. Daarnaast kennen wij de zorg op maat. Als u uitgebreide informatie wenst over onze zorg, dan kunt u het zorgplan en het protocol ‘dyslexie en dyscalculie’ aanklikken en inzien.
De mentor neemt in de begeleiding van de leerlingen een centrale plaats in. Hij is de schakel tussen de aan hem toevertrouwde groep leerlingen, de docenten en de schoolleiding. Belangrijke elementen van zijn taak zijn de zorg voor het welbevinden van zijn leerlingen en het bewaken van hun studieresultaten. Aangezien ook de situatie thuis van wezenlijke invloed is op het functioneren van de leerling, heeft de mentor regelmatig contact met de ouders. Dit contact vindt plaats op verzoek van de ouders of op initiatief van de mentor.
Bij persoonlijke problemen is de mentor de aangewezen persoon tot wie de leerling zich kan wenden. Hij blijft ook betrokken bij de begeleiding van de leerling wanneer er sprake is van ernstige gezinsproblemen. Hij kan de leerling dan adviseren contact op te nemen met één van de leden van het platform leerlingbegeleiding. Wanneer het noodzakelijk is zal de mentor de ouders benaderen. Natuurlijk moeten ook ouders niet aarzelen om zo nodig contact op te nemen met de mentor.
In de onderbouw: naast de zorg voor de individuele leerlingen schenken de mentoren ook aandacht aan het groepsproces. In de brugklassen volgen de mentoren nauwgezet de studieresultaten van hun leerlingen om in overleg met de ouders een verantwoorde keuze te kunnen maken voor het vervolg in het onderwijs. Bij diverse activiteiten worden zij ondersteund door B-plussers. De mentoren in de derde klas ondersteunen de leerlingen bij hun profielkeuze voor de tweede fase. Ook de ouders worden op speciale ouderavonden bij dit proces betrokken. Begin maart maken de leerlingen een voorlopige profielkeuze. De docenten geven vervolgens aan iedere leerling een advies en bespreken dit in individuele gesprekken met de leerlingen. In april maken de leerlingen hun definitieve keuze.
In de bovenbouw: de begeleiding wordt minder intensief om de zelfstandigheid van de leerlingen te stimuleren. De mentor kan bij ernstige persoonlijke problemen zijn leerlingen adviseren contact op te nemen met één van de leerlingbegeleiders. De mentoren en het decanaat ondersteunen de leerlingen bij hun keuze voor een vervolgstudie.
In de brugklas zijn de rekenvaardigheden ondergebracht bij het vak wiskunde. In periode 1 nemen alle brugklasleerlingen deel aan een niveautoets. Leerlingen die extra hulp nodig hebben, krijgen een account voor een digitale rekenmethode en volgen steunlessen rekenvaardigheid. In het tweede en derde leerjaar wordt jaarlijks een toets afgenomen.